Lekker trainen is het doel

Lekker trainen

Lekker trainen, gewoon omdat je even geen doel hebt, maar wel vooruitgang wil blijven boeken.
Wat ik inmiddels wel geleerd heb, is dat drie keer in de week hetzelfde rondje dan geen zoden aan de dijk zet.
Je moet blijven variëren, in afstand, in snelheid, maar ook in de route om zo verveling te voorkomen.
Twee keer in de week een rondje is te weinig om je conditie en snelheid te verbeteren, drie keer is daarom minimaal, maar het liefst loop ik nog steeds vier keer in de week.

Snelheid verbeteren

In eerste instantie wilde ik vanaf nu mijn tien kilometer snelheid gaan verbeteren. Dat wil ik overigens nog steeds en dus ging ik het tien kilometerschema van sportrusten volgen. Maar aan het eind van het schema ontdekte ik na wat analyse dat mijn omslagpunt misschien wel te hoog was ingeschat. Het omslagpunt is het punt waarop je begint te verzuren. De afstanden moest ik op dat punt lopen, maar mijn geschatte omslagpunt bereikte ik nooit.
En dus heb ik dat tien punten naar beneden bijgesteld. Ineens kon ik wél vijf kilometer op mijn omslagpunt lopen! En ik werd na een week ietsje sneller.
Dat bleek dan beter te kloppen en dus had dat schema niet helemaal bereikt wat ik wilde. Dat lag niet aan het schema, maar wel aan mijn omslagpunt.
Maar om nu weer opnieuw helemaal het schema te gaan lopen, daar had ik niet zo’n zin in.

Doel

Voor de komende periode heb ik geen vastomlijnd doel waar ik naar toe werk. Ik loop mijn afstanden en zorg dat ik ten allen tijde een 10 kilometer of 15 kilometer run mee zal kunnen doen, omdat ik gewoon goed getraind blijf.
Maar in die zomermaanden echte runs vastleggen, daar begin ik niet aan. In de hitte lopen is nou eenmaal niet mijn sterkste kant. Hoewel ook dat steeds beter gaat.

Dus doe ik nu een beetje freewheelen. Minimaal één keer in de week loop ik een 12 kilometer rondje op marathonhartslag en neusademhaling, zodat ik rustig en ontspannen train. Twee keer in de week probeer ik korte afstanden te lopen, soms op omslagpunt en soms op maximale hartslag. En mocht ik dan een dag extra tijd hebben, dan doe ik lekker waar ik zin in heb. Meestal is dat een tien kilometer op intensief tempo. Op die manier train ik wisselende afstanden, wisselende tempo’s en rondjes en blijf ik all roudn getraind. Totdat in het najaar de halve- of hele marathonschema’s weer in gaan.
Zo houd je het hardlopen leuk en je lijf getraind.




Mijn hardloop routine

Hardloop routine

Mijn hardlooproutine, die besloot ik eens nader onder de loep te nemen, nadat ik bleef hangen in mijn tempo.
Routine is namelijk niet altijd positief. Soms moet je even out of the box denken, je ritme veranderen om weer verder te komen.

Mijn hardlooproutine bestond een jaar geleden nog uit twee, soms drie, keer in de week een rondje van zo’n kilometer of tien rennen.
Dat deed ik lekker op het gemak, omdat ik dacht dat mijn conditie dan vanzelf zou verbeteren.
Inmiddels weet ik dat je op die manier je conditie op peil kunt houden, maar verbeteren doet het door zo’n routine niet.

Sportrusten veranderde mijn schema

Door de sportrusten theorie te volgen weet ik nu dat juist afwisseling heel goed is voor je conditie én je tempo.
Mijn 10 kilometer is in een jaar tijd verbeterd van 1.08 uur, naar 59 minuten. Een aanzienlijke verbetering vind ik zelf.
Maar het mag wat mij betreft nog veel beter. Ik wil af van het altijd maar in de achterhoede lopen. Ik hoef geen eerste te worden bij een loop, maar gewoon goed meekomen lijkt me heerlijk.

En dus heb ik mijn routine na de dnf marathon weer veranderd.
Op dit moment probeer ik het tien kilometerschema van sportrusten te volgen, 100 dagen trainen om mijn tijd op deze afstand te verbeteren.
Dat is niet altijd even makkelijk als het hoogzomer is, merk ik. En ik vind het ook belangrijk mijn langere afstand te blijven oefenen.
Mijn routine is nu dan ook twee keer in de week een korte snelle ronde en één keer in de week de rustige lange duurloop. Niet helemaal volgens het sportrusten schema, maar het komt in de buurt.
Het liefst loop ik vier keer in de week, dan doe ik nog een rondje ‘vogels kijken’, maar als het heel warm is lukt dat qua timing niet helemaal.

Het gevaar

Het gevaar van deze routine is dat ik ook hier uiteindelijk weer in blijf hangen en ik alsnog geen vooruitgang boek.
Daarom heb ik na deze 100 dagen het volgende schema, dat voor de halve marathon, alweer klaar liggen.
Want ook daarop heb ik nog veel te verbeteren. Het halve marathon schema is weer net wat intensiever dus een andere routine.
Als dat klaar is, heb ik nog 100 dagen over totdat het 100 dagen hele marathon schema in gaat. In die periode wil ik mezelf dus weer een andere routine aanmeten om snelheid en conditie te behouden, maar vooral te verbeteren.
Om zo bij het uiteindelijke doel te geraken, die hele marathon gewoon uitlopen in een tijd die mij bevalt en niet in de achterhoede eindigt!

Lions Rottemerenloop

Rottemerenloop

De Rottemerenloop, een loop waar ik me voor inschreef, omdat het dwars door het gebied gaat waar ik vroeger veel vertoefde.
Een road to memory lane dus.
Daarnaast wil ik me na de marathon wat meer oefenen in het lopen van mijn eigen snelheid tijdens een georganiseerde loop.
Daar was deze Rottemerenloop perfect voor, had ik bedacht.

Slecht weer

De dag startte met regen, heel veel regen. Na een nacht met ook ontzettend veel regen.
Dat had zelfs een kudde koeien ertoe aangezet het hoger op te zoeken en die liepen in de ochtend bij ons door de straat te spoken.
Genoeg opwinding dus al meteen en niet heel goed voor je voorbereiding op een loop, want uiteindelijk moest ik me heel erg haasten om nog op tijd te komen.
De buienradar gaf gelukkig aan dat het vanaf de start droog zou zijn en als ik door zou lopen, zou ik droog over komen.

De loop zelf

Bij aankomst bleken er niet heel veel deelnemers te zijn, wat ik prima vond. Voor het startnummer van de 15 kilometer stond niet eens een rij.
Dat gaf mij al het vermoeden dat dus niet heel veel mensen die 15 zouden lopen en ik zo maar weer eens in de achterhoede zou kunnen eindigen.
We begonnen aan de gezamenlijke warming up en vertrokken toen gemoedelijk het Rottemeren gebied in. Ik liep heel rustig, vastbesloten me niet te laten opjagen en gewoon mijn eigen tempo aan te houden. Dat was immers waar ik tijdens de marathon op gestrand was.

Al snel bleek dat ik niet bang hoefde te zijn dat het publiek me teveel zou enthousiasmeren.
Er was namelijk geen publiek. Gewoon niemand, niks. De gehele loop niet!
Gelukkig was het gebied heel mooi en kon ik van de omgeving genieten.

In het begin kon ik een aantal dames aardig bijhouden en ik besloot hun tempo te volgen, want dat voelde goed. Toen zij bij de waterpost een paar honderd meter smokkelden, moest ik afhaken. Ik doe niet aan afsnijden en anders moest ik te hard gaan om weer bij te komen.

Story of my life

Onderweg had ik alle tijd om na te denken aangezien ik al snel in mijn eentje liep. Achter me liepen er nog een paar wist ik, maar dat zouden ook 10 kilometer lopers kunnen zijn. Ik focuste daarom maar op mezelf en de omgeving.
Ik bedacht dat het wel ironisch zou zijn als ik weer als een na laatste zou finishen, net als bij mijn eerste halve marathon.
Vroeger badmintonde ik en stond ik altijd in finales, maar daar werd ik altijd tweede. Schijnbaar wil ik én geen eerste én geen laatste zijn.
Na een heel lang saai stuk kon ik eindelijk in een bocht ontdekken wat er nog achter me liep, dat was één vrouw en een man, heel ver weg.
Mooi, in ieder geval geen laatste. Mijn tempo was prima, gelijk aan mijn tempo op de halve marathon en dat vond ik met twintig graden best oké. Door het gebrek aan publiek ging het wel meer en meer op een trainingsrondje lijken in plaats van op de Rottemerenloop.
Dat maakte ook dat je niet makkelijk versnelde.

En ja, uiteindelijk werd ik inderdaad één na laatste van de deelnemers die nog mee liepen. Een aantal had ik onderweg al uit zien vallen.
Maar mijn doel was bereikt, ik had tijdens de gehele loop mijn eigen tempo kunnen lopen. Ik liep dan wel geen PR, maar tevreden was ik wel.
Ook als één na laatste loper.

Hardlopers met hoest?

Hardlopers zijn doodlopers

Een aloud gezegd over hardlopers. En ja, we zijn nou eenmaal een eigenwijs volkje dat gaat rennen op momenten dat dat misschien niet helemaal verstandig is.
Maar daarnaast doet het zoveel goeds voor je, dat je dat ook maar met moeite kunt opgeven.
Ik zou bijna zeggen :”Een dag niet gerend, is een dag niet geleefd.”
De uitdrukking betekent echter : dat wie te snel begint, het einde misschien niet haalt.
Oké, dat is duidelijke taal die ik volledig op mezelf mag toepassen. Ik ging veel te snel bij de marathon van start en mede daardoor redde ik het niet. Leermomentje.
Maar buiten die vergissing, probeer ik echt goed naar mijn lijf te luisteren.

Wanneer wel of niet lopen?


En soms vraag je je dan af of het verstandig is om wel of niet te gaan.
Het hart zegt dan al snel dat je moet gaan. Dat is tenslotte wat je wilt. Als je niet wilt, vraag je jezelf ook niet af of het wel kan.
Bij koorts ga ik nooit. Dat is niet verstandig, want de virusinfectie die je onder de leden hebt, kan doorslaan naar de hartspier als je toch gaat sporten met koorts.
Wat mij betreft een duidelijk verhaal, lopen met koorts is een no go.

Maar met een verkoudheid vind ik dat wat anders. Soms is het juist dan even lekker om buiten in beweging te zijn. Houd echter wel je hartslag in de gaten. Sowieso is het beter niet te gaan als je rusthartslag tien slagen hoger is dan normaal. Je lichaam is dan al tegen iets aan het vechten en kan alle energie daar voor nodig hebben.

Onder of boven de nek….

Van de week had ik een kuchende hoest met af en toe stikbuien. Verder voelde ik me prima en mijn rusthartslag was zelfs aan de lage kant.
Bij navraag bij andere lopers kreeg ik gemengde signalen. De één zei doen en de ander zei niet doen. Daar kon ik niet zoveel mee.
Luister naar je lichaam was ook een veel gehoorde opmerking, maar mijn lichaam gaf wisselende antwoorden.

Google bracht uitkomst. Op meerdere sites werd er uitgelegd dat alles boven de nek geen reden is om niet te gaan hardlopen.
Maar alles onder de nek, je luchtwegen dus ook, zijn een reden om vooral niet te gaan hardlopen.
Balen, maar ik had wel eindelijk duidelijkheid.
De uitleg waarom dit zo is ontbrak, maar voortaan gebruik ik de ‘nekregel’.
Dus heb ik braaf een aantal dagen rust gehouden, hoe moeilijk ik dat ook vond met een run in het vooruitzicht.



Rennen in hitte, hoe pak je dat aan?

Rennen in de hitte

Rennen in de hitte is altijd even wennen. Zodra de eerste warme dag begint, merk je dat je hartslag omhoog gaat en je tempo omlaag. Vaak is dat al het geval bij een dag die de twintig graden aantikt.
Inmiddels gaan we richting zomer en worden de dagen steeds warmer.
Voorheen gebeurde het mij dan dat het rennen niet meer lukte en ik de zomer even oversloeg.
Gevolg, in het najaar weer helemaal opnieuw beginnen met opbouwen.
Zonde natuurlijk!

Trainen op hartslag

Gelukkig train ik tegenwoordig volgens de sportrusten methode, dus op hartslag.
Je hartslag is ten alle tijden een indicatie van hoe het met je gaat. Als je een hartslagmeter draagt, kun je daar gemakkelijk je training op aanpassen.

Normaal gesproken loop ik op korte afstanden op mijn omslagpunt, de hartslag waarop de verzuring begint. Bij een ieder is dat punt anders. Als ik op een verantwoordde manier wil lopen tijdens warme dagen, is die hartslag simpelweg niet haalbaar.
Mijn tempo ligt nu dan ook wat lager op dezelfde afstand, maar het trainen lukt wel.
De langere afstanden liep ik altijd op lage hartslag dus dat lukt ook met warme dagen prima, hoewel de hartslag dan wel iets oploopt door de warmte.

Acceptatie

Doordat ik nu de gehele zomer door kan blijven trainen, blijft mijn conditie op pijl. Ik loop dan even geen PR, maar dat komt vanzelf wel weer.
Je lichaam moet gewoon enorm wennen aan de warmte, zeker als het zo kan verschillen per dag.
In het begin had ik moeite met het feit dat ik langzamer werd, mijn hartslag hoger werd en ik geen PR meer kon halen.
Inmiddels weet ik dat dat door het weer komt en accepteer ik dat mijn lijf enorm veel moeite heeft met aanpassen aan de temperatuur.
Als ik echter door train, komen die tijden vanzelf wel weer. Want óók in de warmte ga ik dan vanzelf weer sneller worden als de gewenning is opgetreden.
En in de winter wordt het dan pas echt knallen!

Ik train nu voor een snellere tien kilometer volgens het sportrusten schema. Dat zijn korte afstanden op hoge hartslag. Even heb ik getwijfeld ermee te stoppen, totdat de temperaturen omlaag gaan, maar dat leek me zonde. Ook nu bouw je tenslotte gewoon die conditie op en uiteindelijk ook die snelheid.

Voorzorgsmaatregelen

Zelf loop ik altijd met warm weer met een luchtige, speciale hardlooppet of met een zonneklep. Die zon uit je gezicht houden is een eerste vereiste.
Toch heb ik nu ook een zonnebril besteld, speciaal voor het lopen, want zonneschade aan je ogen kan ook ontstaan door te veel in de zon lopen.
Daarnaast kleed ik me zo luchtig mogelijk, wat niet altijd betekent dat het zo bloot mogelijk is. Ik kies soms juist voor shirtjes met een wat langere mouw die wel heel luchtig zitten. ter bescherming van mijn lijf tegen zonneschade en die zon op je blote huid is soms warmer dan op je shirt. Broekjes moeten wel kort zijn, maar ook luchtig en vooral niet snijden tussen je benen, want dat geeft bij warm weer van die vervelende schaafplekken.

In mijn gordel heb ik altijd een gelletje bij hoge temperaturen. Het is niet altijd nodig, maar als voorzorgsmaatregel geeft het me een prettig gevoel.
Als het echt heel warm is, neem ik drinken mee. Er zijn flesjes met speciale handvatten die je makkelijk mee kunt dragen.
Een drinkgordel of watervest is natuurlijk ook een optie.
Van te voren drink ik ook altijd al behoorlijk wat, want uitdroging ligt sneller op de loer dan je denkt.

Smeer je in! Vooral als je een lichte huid hebt, maar voor iedereen is de juiste bescherming tegen de zon een must.
En wat mij persoonlijk erg helpt is een koelband om mijn pols, die zorgt er voor dat je net wat minder oververhit raakt.

Tot slot

Mijn conclusie is dat rennen in de hitte zeker mogelijk is, maar hou je aan een aantal factoren:

  • Train zoveel mogelijk voor- of nadat het heel warm is.
  • Drink voldoende
  • Bescherm je huid, je ogen en je hoofd tegen de zon
  • Loop niet op maximale hartslag, maar luister naar je lichaam.
  • Zodra je duizelig wordt of kippenvel krijgt of een beetje verward, stop met rennen! Ga wandelen totdat je een plek in de schaduw hebt waar je stopt. Een hitteberoerte ligt zo op de loer en dan ben je verder van huis.




De oer Rotterdamse Opbouwrun

Oer Rotterdamse Opbouwrun

De Oer Rotterdamse Opbouwrun.
Een gratis run waar ik graag aan mee deed. Hij werd georganiseerd door de Rotterdam Running Crew op 18 mei jongstleden.
18 mei 1940 is voor Rotterdam dé datum van de wederopbouw. Het is de dag dat besloten werd dat de stad weer opgebouwd zou gaan worden na de verwoestende bombardementen in de tweede wereldoorlog.
Een stukje geschiedenis dus, een belangrijk stuk geschiedenis voor mijn geboortestad. En daarom liep ik graag mee, om te zien welke gebouwen bij de wederopbouw horen.

Rotterdam Running Crew

In Rotterdam heb je de Rotterdam Running Crew. Ooit opgericht door een paar ondernemers die al hardlopend de stad wilden doorkruisen.
Hun eerste oproep op Facebook om dat samen met andere hardlopers te doen, leverde een grote groep lopers op.
In de loop van de tijd werd die groep alleen maar groter.
Eens in de zoveel tijd organiseert de RRC een gratis loop op een aparte plek in de stad. Ooit liep ik al eens met de RRC door Blijdorp, wat een hele toffe ervaring was.

Iedereen met een beetje hardloopervaring kan mee doen. Er wordt in verschillende groepen en verschillende afstanden gelopen met voldoende begeleiders.
Het is altijd een ontspannen sfeertje en elke keer zie je weer een stukje van de stad wat nog onbekend was. Dus heb je een keer de mogelijkheid, loop vooral mee! De runs worden altijd aangekondigd via Facebook, dus hou de pagina in de gaten.

De opbouwrun

Deze keer was de run op zaterdagochtend om 10.00 uur.
We verzamelden bij het Greenchoice gebouw vlakbij Centraal Station.
Het is een apart gezicht om op zaterdagochtend door de stad te wandelen en overal hardlopers vandaan te zien komen. We werden eerst toegesproken door de runnin crew, de regels werden uitgelegd en we konden een pacer uitkiezen om te volgen.

Omdat het op zaterdagochtend was, was er één afstand van ongeveer 7 kilometer.
Al uitdaging genoeg lijkt me dat. Om als begeleider op zaterdagochtend met een groep runners tussen het winkelend publiek door te manoeuvreren.

Zelf liep ik samen met een collegaatje, wel zo gezellig.
We kozen de veilige pacer van 6.4, want het was tenslotte voor de lol en voor de vroege ochtend ook al best warm.
Het werd een heerlijke loop dwars door de stad en inderdaad kwam ik op plekken die ik niet kende. Het blijft een aparte ervaring om met een groep onbekenden door de stad te rennen. Mensen letten op elkaar en op elkaars veiligheid en de begeleiders zorgden ervoor dat het perfect verliep.

Terwijl we dwars door de Blaakse bosjes renden, werden we aangemoedigd door toeristen alsof we de marathon weer liepen.
Heerlijk toch!
Al met al weer een superleuke run die uiteindelijk nog spierpijn opleverde ook, door de hellingen en trapjes die we op en af gingen.
Een lekkere training dus ook nog. Ik ben benieuwd wat de volgende run gaat worden.


Nieuwe doelen om focus te behouden

Nieuwe doelen

Als hardloper is het belangrijk om nieuwe doelen te hebben waar je naar toe werkt.
Heb je die niet, dan val je in een gat. Dat is wat ik op dit moment om me heen heel veel hoor.
Dus is het zaak die nieuwe doelen te stellen. Want hoe ga je het komende jaar verder met hardlopen.

Natuurlijk doe ik het voor de fun, maar de drive wil ik zeker behouden.
De eerste weken na de marathon liep ik gewoon een beetje los. Lekker de afstanden die ik wilde in het tempo dat ik zelf wilde.
Maar inmiddels wil ik weer focus aanbrengen, want de conditie moet sowieso op peil blijven, maar het liefst nog verbeteren natuurlijk!
Ik ging op zoek naar nieuwe doelen, een jaarplanning rondom het rennen om ritme, maar ook rust te behouden.

Het nieuwe plan

Omdat ik ook de volgende marathon volgens de Sportrusten methode wil gaan lopen, vind ik het belangrijk die methode nu dus ook toe te blijven passen.
En gelukkig hebben ze ook een tien kilometer schema én een schema voor de halve marathon. Allen gebaseerd op die 100 dagen.
Mooi, als ik dat beiden volg zijn er alweer 200 dagen voorbij en is het tijd voor het marathon schema.

Dat wordt de nieuwe planning voor dit jaar. Eerst mijn tien kilometertijd verbeteren volgens het sportrusten schema. Tussendoor wat loopjes inplannen van om en nabij die afstand.
Vervolgens ga ik door met de halve marathontijd en daarna weer richten op de marathon van Rotterdam.

Strakke planning of toch niet?

Om het ritme vol te houden, werkt het voor mij het beste de dagen vast in te plannen in mijn agenda. Afspraken plan ik dan op tijden dat lopen ook nog gewoon mogelijk is.
Niet dat de afspraken niet belangrijk zijn, maar juist door het lopen krijg ik meer energie en motivatie voor de rest van mijn werkzaamheden.
Plannen dus alsof het belangrijke afspraken zijn. En dat zijn het feitelijk ook, afspraken met mij zelf.

Uiteraard kun je wat makkelijker afwijken van je schema als je niet in een marathon voorbereiding zit. En dat geeft voor het gevoel wat rust.
Tot nu toe is het echter nog niet voorgekomen dat ik wil smokkelen.
Het schema werkt gewoon goed voor mij en is prima vol te houden. Sterker nog, ik krijg steeds meer energie en ben tot meer inspanning in staat.

Eerst de 10K verbeteren

Voor nu is het tien kilometer schema aan de orde. Dat zijn korte loopjes op hoge hartslag.
Ik ben niet van de korte loopjes en ook niet van de hoge snelheid oftewel het stuk gaan.
Dit schema is voor mij dus minder leuk. Om de nieuwe doelen toch vol te houden, plan ik elke week ook een duurloop van 12 á 14 kilometer in. Die vind ik namelijk wel leuk.
De korte loopjes heb ik inmiddels ook al met 1,5 keer de afstand verlengd. Ten eerste omdat ik die 10 kilometer al lang in de benen heb, maar ten tweede vooral om het nog een beetje leuk te houden. Hoewel 9 kilometer op je omslagpunt rennen ook best afzien is.

Het prettige aan deze periode vind ik, dat ik me ook af en toe eens kan inschrijven voor een loop, zonder dat ik extra hoef te trainen. Alle afstanden zijn inmiddels makkelijk haalbaar en dat geeft zelfvertrouwen. De snelheid is een ander verhaal, maar daar werk ik aan.
Het belangrijkste vind ik om tijdens de lopen te oefenen met de rustige start en echt mijn eigen snelheid te gaan lopen op rustige hartslag.
Om op die manier de controle te krijgen over de ontsteking in mijn lijf die eerder roet in het eten strooide.
Kortom, nieuwe doelen om aan te werken en die het hardlopen zo leuk maken!




Runners High

Runners High

Van de term runners high had ik al vaak gehoord en soms kwam ik heel blij terug van een training en bedacht ik me dat dat dan vast de runners high moest zijn.
Maar inmiddels weet ik echt wat het is!
Drie weken na de marathon die ik niet uitliep, ben ik nog steeds een blij ei en ik vermoed sterk dat dat te wijten is aan die runners high!

Langdurig effect

Zo’n prestatieloop waarbij je jezelf tot het uiterste uitdaagt heeft blijkbaar een zeer langdurig effect.
Bij mij in ieder geval wel.
Er ontstaat meer zelfvertrouwen en trots. Want ja, ik ben nog steeds trots hoewel de meeste mensen dat niet snappen.
Als je echter altijd een lijf hebt waarvan je niet weet hoe het op lichaamsbeweging gaat reageren en het lukt ineens om een lange afstand te lopen, dan word ik daar heel blij van.
En ja, ik heb nog steeds een blessure aan mijn arm die voorlopig ook echt niet zal verdwijnen, maar mijn benen doen het goed!
Dat maakt me zo blij. Want mijn benen zijn altijd moe, pijnlijk of gevoelig en toch blijken ze tot grote afstanden in staat!

Grote grijns

Als ik foto’s terug kijk van de marathon, dan zie ik een enorme grote grijns op mijn gezicht.
Een grijns die ik van mezelf niet eens herken, zo groot.
Dat belichaamt voor mij de runners high. Dát is wat lopen met me doet!
En vooral lopen in je eigen stad, langs vele iconen en enorme groepen mensen die je aanmoedigen.
Nog steeds verschijnt die grijns als ik terug denk aan die magische start van de Rotterdamse marathon.

Het geplande boek

Elke ochtend word ik ook nog steeds wakker met zin in een loopje. Want mijn herstel ging heel goed. Eigenlijk ging alles heel goed, behalve mijn tempo. Dat maakt me trots en overtuigd dat ik alles goed heb gedaan en dat het er zeker in zit. En dus ga ik door op dezelfde voet met nog steeds hetzelfde enthousiasme.
Een runners high die continu voortduurt, inmiddels al drie weken. Hoe fijn is dat.
Dat was precies wat ik wilde laten zien. Dat het niet gaat om de prestatie, maar om wat het lopen met je doet, wat het toe leven naar een evenement met je doet en hoe fijn dat kan zijn.
Het geplande boek over deze reis komt er dan ook zeker. Ik moet alleen nog even de tijd vinden om het te schrijven.
Want dat hardlopen gaat natuurlijk ook gewoon door!

Nieuwe doelen

Nieuwe doelen

Nieuwe doelen stel ik altijd om het hardlopen vol te blijven houden. Natuurlijk vind ik het ontzettend leuk om te doen, anders zou ik er nooit zo lang mee bezig zijn, maar nieuwe doelen stellen helpt echt om de discipline vast te houden.
En ik vind het heel belangrijk om in beweging te blijven. Het zou zonde zijn als ik nu alles liet versloffen, terwijl mijn lijf op dit moment tot lange afstanden in staat is.
Dus is het zaak die conditie en die kracht vast te houden.

Eerste nieuwe doel

Mijn eerste doel is het verbeteren van mijn tijd op de 10 kilometer.
Toen ik met het 14 kilometerschema van sportrusten begon, kon ik dat met moeite in 66 minuten. Eigenlijk iets te lang voor het schema. Na twaalf weken kon ik het in 59 minuten, dat was al een stuk beter!
Terwijl ik oefende voor de marathon en niet voor een snelle 10 kilometertijd.
Nu heb ik het boek ‘De hardlooprevolutie’ er dus weer bij gepakt en de komende 100 dagen ga ik met de sportrusten methode aan de slag om mijn tijd te verbeteren.
Het liefst terug naar de 50 minuten waarin ik het vroeger ook kon. Of dat gaat lukken, zal moeten blijken.

Twee nieuwe doel

Het volgende doel van mijn nieuwe doelen lijstje zal dan waarschijnlijk de halve marathon tijd worden, immers, ik heb dan nog tijd zat, voordat het 100 dagen schema voor de Rotterdamse marathon weer ingaat.
Tussendoor wil ik ook de leuke lopen mee pakken. Vorige jaar deed ik de Ladiesrun en de Bruggenloop, maar dit jaar wil ik er wat meer mee pakken. Simpelweg omdat ik de loopjes ontzettend leuk blijk te vinden. En om mezelf te oefenen ook tijdens prestatielopen mijn hartslag onder controle te houden.
Dus weet iemand een leuke loop, laat het vooral weten!

Derde nieuwe doel

Het derde nieuwe doel is al duidelijk natuurlijk. Die Rotterdamse marathon gaat weer gelopen worden.
Omdat het zo gaaf was en omdat ik nu weet wat ik anders zou kunnen doen om hem wel uit te lopen. Mits mijn fysiek mee werkt natuurlijk.
Om die reden wil ik ook sneller leren lopen. Nu lag de druk voor mij bij het feit dat ik niet zeker wist of ik het binnen te tijd zou halen.
Achteraf gezien had ik het zeker gehaald, als ik mijn eigen tempo had gelopen. Die druk wil ik nog meer verminderen door het komende jaar sneller te worden.
Zodat ik meer rust en zekerheid heb dat dat het probleem in ieder geval niet zal zijn.
En aangezien ik tijdens de 100 dagen sportrusten PR na PR liep, weet ik zeker dat er meer in zit!

Tijd voor deze nieuwe doelen dus, zodat ik mezelf versterk en verbeter en volgend jaar een mooie tijd kan neerzetten tijdens de Rotterdamse marathon.





Zwarte gat of gewoon door?

Zwarte gat

Voordat de marathon van start ging, was ik bang voor het zwarte gat wat daarna zou komen.
Je leeft tenslotte een heel jaar naar zo’n evenement toe waarvan de laatste 100 dagen heel intensief.
Elke dag ben je, denk je en leef je de marathon totdat het eindelijk zover is.
Maar wat als het voorbij is? Vind je dan nog de motivatie om door te gaan. Vaak hoor ik mensen zeggen dat het plezier in hardlopen een beetje verdwijnt.
Dat hoopte ik vooral niet, want ik loop niet hard om de marathon te lopen. Ik loop hard, omdat het zoveel voor mij doet!
Dus dat zwarte gat, ik zag er een beetje tegenop.

Na de marathon

Hoewel ik niet finishte was de teleurstelling niet groot.
Ik heb de meeste dingen juist aangepakt en weet precies waar het aan lag. Dat is één dingetje waar ik dan nog aan moet werken.
Het gevoel dat overheerste was vooral terugkijken naar wat ik in een jaar gedaan en bereikt heb! En dat vervulde me met een groot gevoel van tevredenheid.
Dat zwarte gat was dus niet te bekennen en daar was ik wel heel blij om.
Als ik terugkijk zie ik vooral dat ik in december mijn eerste grote loop liep, de Bruggenloop van 15 kilometer. Vervolgens in februari een halve marathon, krom van de spierpijn de dag daarna, maar ik had het gedaan.
Om op de dag van de marathon dan de 29,5 te lopen en met vol verstand te kunnen zeggen dat het dat voor die dag maar moest zijn. Met minder spierpijn dan na de halve marathon, dus progressie!
En nee, ik ben echt geen mrs. positivo die alles probeert positief om te buigen, maar dit is hoe het voelt. Die marathon kwam net iets te vroeg, ik had beter eerst nog wat grote lopen kunnen doen om te wennen aan de sfeer van zo’n run. Maar dat is achteraf.

En door!

Met die les in mijn achterhoofd ben ik daags na de marathon aan het plannen wat ik wil. Dat zwarte gat is er niet, ik heb gewoon zin om door te gaan met lopen.
Eerst ga ik mijn 10 kilometertijd verbeteren, want dat geeft wat meer rust om zeker te weten dat bepaalde afstanden binnen de tijdslimiet haalbaar zijn. Nu gaf dat nog veel onrust, haal ik het wel of niet? En dan loop je in het begin dus harder dan handig.


Mijn veertien weken training om die 10 te verbeteren staan alweer gepland, want ook dat ga ik volgens sportrusten doen. Die methode heeft me zoveel gebracht het afgelopen jaar dat ik zeker weet dat dat voor mij het juiste is om te doen. Zodra mijn 10 kilometer verbeterd is, ga ik weer door met het veertien kilometerschema en ondertussen pak ik de loopjes mee die me leuk lijken en waar ik echt de tijd voor heb.
Gewoon lekker ontspannen rennen.
Om dan tegen de tijd van de inschrijving eens te kijken of ik de marathon Rotterdam op 5 april 2020 ook weer ga doen. De 40ste editie, dat klinkt wel mooi!
Dus het gevreesde zwarte gat is gelukkig voor mij nergens te bekennen. En voor wie het zwarte gat wel herkent, hoop ik dat het plezier in lopen snel terug komt, want het brengt je zoveel!