Lekker trainen is het doel

Lekker trainen

Lekker trainen, gewoon omdat je even geen doel hebt, maar wel vooruitgang wil blijven boeken.
Wat ik inmiddels wel geleerd heb, is dat drie keer in de week hetzelfde rondje dan geen zoden aan de dijk zet.
Je moet blijven variëren, in afstand, in snelheid, maar ook in de route om zo verveling te voorkomen.
Twee keer in de week een rondje is te weinig om je conditie en snelheid te verbeteren, drie keer is daarom minimaal, maar het liefst loop ik nog steeds vier keer in de week.

Snelheid verbeteren

In eerste instantie wilde ik vanaf nu mijn tien kilometer snelheid gaan verbeteren. Dat wil ik overigens nog steeds en dus ging ik het tien kilometerschema van sportrusten volgen. Maar aan het eind van het schema ontdekte ik na wat analyse dat mijn omslagpunt misschien wel te hoog was ingeschat. Het omslagpunt is het punt waarop je begint te verzuren. De afstanden moest ik op dat punt lopen, maar mijn geschatte omslagpunt bereikte ik nooit.
En dus heb ik dat tien punten naar beneden bijgesteld. Ineens kon ik wél vijf kilometer op mijn omslagpunt lopen! En ik werd na een week ietsje sneller.
Dat bleek dan beter te kloppen en dus had dat schema niet helemaal bereikt wat ik wilde. Dat lag niet aan het schema, maar wel aan mijn omslagpunt.
Maar om nu weer opnieuw helemaal het schema te gaan lopen, daar had ik niet zo’n zin in.

Doel

Voor de komende periode heb ik geen vastomlijnd doel waar ik naar toe werk. Ik loop mijn afstanden en zorg dat ik ten allen tijde een 10 kilometer of 15 kilometer run mee zal kunnen doen, omdat ik gewoon goed getraind blijf.
Maar in die zomermaanden echte runs vastleggen, daar begin ik niet aan. In de hitte lopen is nou eenmaal niet mijn sterkste kant. Hoewel ook dat steeds beter gaat.

Dus doe ik nu een beetje freewheelen. Minimaal één keer in de week loop ik een 12 kilometer rondje op marathonhartslag en neusademhaling, zodat ik rustig en ontspannen train. Twee keer in de week probeer ik korte afstanden te lopen, soms op omslagpunt en soms op maximale hartslag. En mocht ik dan een dag extra tijd hebben, dan doe ik lekker waar ik zin in heb. Meestal is dat een tien kilometer op intensief tempo. Op die manier train ik wisselende afstanden, wisselende tempo’s en rondjes en blijf ik all roudn getraind. Totdat in het najaar de halve- of hele marathonschema’s weer in gaan.
Zo houd je het hardlopen leuk en je lijf getraind.




Mijn hardloop routine

Hardloop routine

Mijn hardlooproutine, die besloot ik eens nader onder de loep te nemen, nadat ik bleef hangen in mijn tempo.
Routine is namelijk niet altijd positief. Soms moet je even out of the box denken, je ritme veranderen om weer verder te komen.

Mijn hardlooproutine bestond een jaar geleden nog uit twee, soms drie, keer in de week een rondje van zo’n kilometer of tien rennen.
Dat deed ik lekker op het gemak, omdat ik dacht dat mijn conditie dan vanzelf zou verbeteren.
Inmiddels weet ik dat je op die manier je conditie op peil kunt houden, maar verbeteren doet het door zo’n routine niet.

Sportrusten veranderde mijn schema

Door de sportrusten theorie te volgen weet ik nu dat juist afwisseling heel goed is voor je conditie én je tempo.
Mijn 10 kilometer is in een jaar tijd verbeterd van 1.08 uur, naar 59 minuten. Een aanzienlijke verbetering vind ik zelf.
Maar het mag wat mij betreft nog veel beter. Ik wil af van het altijd maar in de achterhoede lopen. Ik hoef geen eerste te worden bij een loop, maar gewoon goed meekomen lijkt me heerlijk.

En dus heb ik mijn routine na de dnf marathon weer veranderd.
Op dit moment probeer ik het tien kilometerschema van sportrusten te volgen, 100 dagen trainen om mijn tijd op deze afstand te verbeteren.
Dat is niet altijd even makkelijk als het hoogzomer is, merk ik. En ik vind het ook belangrijk mijn langere afstand te blijven oefenen.
Mijn routine is nu dan ook twee keer in de week een korte snelle ronde en één keer in de week de rustige lange duurloop. Niet helemaal volgens het sportrusten schema, maar het komt in de buurt.
Het liefst loop ik vier keer in de week, dan doe ik nog een rondje ‘vogels kijken’, maar als het heel warm is lukt dat qua timing niet helemaal.

Het gevaar

Het gevaar van deze routine is dat ik ook hier uiteindelijk weer in blijf hangen en ik alsnog geen vooruitgang boek.
Daarom heb ik na deze 100 dagen het volgende schema, dat voor de halve marathon, alweer klaar liggen.
Want ook daarop heb ik nog veel te verbeteren. Het halve marathon schema is weer net wat intensiever dus een andere routine.
Als dat klaar is, heb ik nog 100 dagen over totdat het 100 dagen hele marathon schema in gaat. In die periode wil ik mezelf dus weer een andere routine aanmeten om snelheid en conditie te behouden, maar vooral te verbeteren.
Om zo bij het uiteindelijke doel te geraken, die hele marathon gewoon uitlopen in een tijd die mij bevalt en niet in de achterhoede eindigt!

Rennen in hitte, hoe pak je dat aan?

Rennen in de hitte

Rennen in de hitte is altijd even wennen. Zodra de eerste warme dag begint, merk je dat je hartslag omhoog gaat en je tempo omlaag. Vaak is dat al het geval bij een dag die de twintig graden aantikt.
Inmiddels gaan we richting zomer en worden de dagen steeds warmer.
Voorheen gebeurde het mij dan dat het rennen niet meer lukte en ik de zomer even oversloeg.
Gevolg, in het najaar weer helemaal opnieuw beginnen met opbouwen.
Zonde natuurlijk!

Trainen op hartslag

Gelukkig train ik tegenwoordig volgens de sportrusten methode, dus op hartslag.
Je hartslag is ten alle tijden een indicatie van hoe het met je gaat. Als je een hartslagmeter draagt, kun je daar gemakkelijk je training op aanpassen.

Normaal gesproken loop ik op korte afstanden op mijn omslagpunt, de hartslag waarop de verzuring begint. Bij een ieder is dat punt anders. Als ik op een verantwoordde manier wil lopen tijdens warme dagen, is die hartslag simpelweg niet haalbaar.
Mijn tempo ligt nu dan ook wat lager op dezelfde afstand, maar het trainen lukt wel.
De langere afstanden liep ik altijd op lage hartslag dus dat lukt ook met warme dagen prima, hoewel de hartslag dan wel iets oploopt door de warmte.

Acceptatie

Doordat ik nu de gehele zomer door kan blijven trainen, blijft mijn conditie op pijl. Ik loop dan even geen PR, maar dat komt vanzelf wel weer.
Je lichaam moet gewoon enorm wennen aan de warmte, zeker als het zo kan verschillen per dag.
In het begin had ik moeite met het feit dat ik langzamer werd, mijn hartslag hoger werd en ik geen PR meer kon halen.
Inmiddels weet ik dat dat door het weer komt en accepteer ik dat mijn lijf enorm veel moeite heeft met aanpassen aan de temperatuur.
Als ik echter door train, komen die tijden vanzelf wel weer. Want óók in de warmte ga ik dan vanzelf weer sneller worden als de gewenning is opgetreden.
En in de winter wordt het dan pas echt knallen!

Ik train nu voor een snellere tien kilometer volgens het sportrusten schema. Dat zijn korte afstanden op hoge hartslag. Even heb ik getwijfeld ermee te stoppen, totdat de temperaturen omlaag gaan, maar dat leek me zonde. Ook nu bouw je tenslotte gewoon die conditie op en uiteindelijk ook die snelheid.

Voorzorgsmaatregelen

Zelf loop ik altijd met warm weer met een luchtige, speciale hardlooppet of met een zonneklep. Die zon uit je gezicht houden is een eerste vereiste.
Toch heb ik nu ook een zonnebril besteld, speciaal voor het lopen, want zonneschade aan je ogen kan ook ontstaan door te veel in de zon lopen.
Daarnaast kleed ik me zo luchtig mogelijk, wat niet altijd betekent dat het zo bloot mogelijk is. Ik kies soms juist voor shirtjes met een wat langere mouw die wel heel luchtig zitten. ter bescherming van mijn lijf tegen zonneschade en die zon op je blote huid is soms warmer dan op je shirt. Broekjes moeten wel kort zijn, maar ook luchtig en vooral niet snijden tussen je benen, want dat geeft bij warm weer van die vervelende schaafplekken.

In mijn gordel heb ik altijd een gelletje bij hoge temperaturen. Het is niet altijd nodig, maar als voorzorgsmaatregel geeft het me een prettig gevoel.
Als het echt heel warm is, neem ik drinken mee. Er zijn flesjes met speciale handvatten die je makkelijk mee kunt dragen.
Een drinkgordel of watervest is natuurlijk ook een optie.
Van te voren drink ik ook altijd al behoorlijk wat, want uitdroging ligt sneller op de loer dan je denkt.

Smeer je in! Vooral als je een lichte huid hebt, maar voor iedereen is de juiste bescherming tegen de zon een must.
En wat mij persoonlijk erg helpt is een koelband om mijn pols, die zorgt er voor dat je net wat minder oververhit raakt.

Tot slot

Mijn conclusie is dat rennen in de hitte zeker mogelijk is, maar hou je aan een aantal factoren:

  • Train zoveel mogelijk voor- of nadat het heel warm is.
  • Drink voldoende
  • Bescherm je huid, je ogen en je hoofd tegen de zon
  • Loop niet op maximale hartslag, maar luister naar je lichaam.
  • Zodra je duizelig wordt of kippenvel krijgt of een beetje verward, stop met rennen! Ga wandelen totdat je een plek in de schaduw hebt waar je stopt. Een hitteberoerte ligt zo op de loer en dan ben je verder van huis.




Nieuwe doelen om focus te behouden

Nieuwe doelen

Als hardloper is het belangrijk om nieuwe doelen te hebben waar je naar toe werkt.
Heb je die niet, dan val je in een gat. Dat is wat ik op dit moment om me heen heel veel hoor.
Dus is het zaak die nieuwe doelen te stellen. Want hoe ga je het komende jaar verder met hardlopen.

Natuurlijk doe ik het voor de fun, maar de drive wil ik zeker behouden.
De eerste weken na de marathon liep ik gewoon een beetje los. Lekker de afstanden die ik wilde in het tempo dat ik zelf wilde.
Maar inmiddels wil ik weer focus aanbrengen, want de conditie moet sowieso op peil blijven, maar het liefst nog verbeteren natuurlijk!
Ik ging op zoek naar nieuwe doelen, een jaarplanning rondom het rennen om ritme, maar ook rust te behouden.

Het nieuwe plan

Omdat ik ook de volgende marathon volgens de Sportrusten methode wil gaan lopen, vind ik het belangrijk die methode nu dus ook toe te blijven passen.
En gelukkig hebben ze ook een tien kilometer schema én een schema voor de halve marathon. Allen gebaseerd op die 100 dagen.
Mooi, als ik dat beiden volg zijn er alweer 200 dagen voorbij en is het tijd voor het marathon schema.

Dat wordt de nieuwe planning voor dit jaar. Eerst mijn tien kilometertijd verbeteren volgens het sportrusten schema. Tussendoor wat loopjes inplannen van om en nabij die afstand.
Vervolgens ga ik door met de halve marathontijd en daarna weer richten op de marathon van Rotterdam.

Strakke planning of toch niet?

Om het ritme vol te houden, werkt het voor mij het beste de dagen vast in te plannen in mijn agenda. Afspraken plan ik dan op tijden dat lopen ook nog gewoon mogelijk is.
Niet dat de afspraken niet belangrijk zijn, maar juist door het lopen krijg ik meer energie en motivatie voor de rest van mijn werkzaamheden.
Plannen dus alsof het belangrijke afspraken zijn. En dat zijn het feitelijk ook, afspraken met mij zelf.

Uiteraard kun je wat makkelijker afwijken van je schema als je niet in een marathon voorbereiding zit. En dat geeft voor het gevoel wat rust.
Tot nu toe is het echter nog niet voorgekomen dat ik wil smokkelen.
Het schema werkt gewoon goed voor mij en is prima vol te houden. Sterker nog, ik krijg steeds meer energie en ben tot meer inspanning in staat.

Eerst de 10K verbeteren

Voor nu is het tien kilometer schema aan de orde. Dat zijn korte loopjes op hoge hartslag.
Ik ben niet van de korte loopjes en ook niet van de hoge snelheid oftewel het stuk gaan.
Dit schema is voor mij dus minder leuk. Om de nieuwe doelen toch vol te houden, plan ik elke week ook een duurloop van 12 á 14 kilometer in. Die vind ik namelijk wel leuk.
De korte loopjes heb ik inmiddels ook al met 1,5 keer de afstand verlengd. Ten eerste omdat ik die 10 kilometer al lang in de benen heb, maar ten tweede vooral om het nog een beetje leuk te houden. Hoewel 9 kilometer op je omslagpunt rennen ook best afzien is.

Het prettige aan deze periode vind ik, dat ik me ook af en toe eens kan inschrijven voor een loop, zonder dat ik extra hoef te trainen. Alle afstanden zijn inmiddels makkelijk haalbaar en dat geeft zelfvertrouwen. De snelheid is een ander verhaal, maar daar werk ik aan.
Het belangrijkste vind ik om tijdens de lopen te oefenen met de rustige start en echt mijn eigen snelheid te gaan lopen op rustige hartslag.
Om op die manier de controle te krijgen over de ontsteking in mijn lijf die eerder roet in het eten strooide.
Kortom, nieuwe doelen om aan te werken en die het hardlopen zo leuk maken!




Nieuwe doelen

Nieuwe doelen

Nieuwe doelen stel ik altijd om het hardlopen vol te blijven houden. Natuurlijk vind ik het ontzettend leuk om te doen, anders zou ik er nooit zo lang mee bezig zijn, maar nieuwe doelen stellen helpt echt om de discipline vast te houden.
En ik vind het heel belangrijk om in beweging te blijven. Het zou zonde zijn als ik nu alles liet versloffen, terwijl mijn lijf op dit moment tot lange afstanden in staat is.
Dus is het zaak die conditie en die kracht vast te houden.

Eerste nieuwe doel

Mijn eerste doel is het verbeteren van mijn tijd op de 10 kilometer.
Toen ik met het 14 kilometerschema van sportrusten begon, kon ik dat met moeite in 66 minuten. Eigenlijk iets te lang voor het schema. Na twaalf weken kon ik het in 59 minuten, dat was al een stuk beter!
Terwijl ik oefende voor de marathon en niet voor een snelle 10 kilometertijd.
Nu heb ik het boek ‘De hardlooprevolutie’ er dus weer bij gepakt en de komende 100 dagen ga ik met de sportrusten methode aan de slag om mijn tijd te verbeteren.
Het liefst terug naar de 50 minuten waarin ik het vroeger ook kon. Of dat gaat lukken, zal moeten blijken.

Twee nieuwe doel

Het volgende doel van mijn nieuwe doelen lijstje zal dan waarschijnlijk de halve marathon tijd worden, immers, ik heb dan nog tijd zat, voordat het 100 dagen schema voor de Rotterdamse marathon weer ingaat.
Tussendoor wil ik ook de leuke lopen mee pakken. Vorige jaar deed ik de Ladiesrun en de Bruggenloop, maar dit jaar wil ik er wat meer mee pakken. Simpelweg omdat ik de loopjes ontzettend leuk blijk te vinden. En om mezelf te oefenen ook tijdens prestatielopen mijn hartslag onder controle te houden.
Dus weet iemand een leuke loop, laat het vooral weten!

Derde nieuwe doel

Het derde nieuwe doel is al duidelijk natuurlijk. Die Rotterdamse marathon gaat weer gelopen worden.
Omdat het zo gaaf was en omdat ik nu weet wat ik anders zou kunnen doen om hem wel uit te lopen. Mits mijn fysiek mee werkt natuurlijk.
Om die reden wil ik ook sneller leren lopen. Nu lag de druk voor mij bij het feit dat ik niet zeker wist of ik het binnen te tijd zou halen.
Achteraf gezien had ik het zeker gehaald, als ik mijn eigen tempo had gelopen. Die druk wil ik nog meer verminderen door het komende jaar sneller te worden.
Zodat ik meer rust en zekerheid heb dat dat het probleem in ieder geval niet zal zijn.
En aangezien ik tijdens de 100 dagen sportrusten PR na PR liep, weet ik zeker dat er meer in zit!

Tijd voor deze nieuwe doelen dus, zodat ik mezelf versterk en verbeter en volgend jaar een mooie tijd kan neerzetten tijdens de Rotterdamse marathon.





Zwarte gat of gewoon door?

Zwarte gat

Voordat de marathon van start ging, was ik bang voor het zwarte gat wat daarna zou komen.
Je leeft tenslotte een heel jaar naar zo’n evenement toe waarvan de laatste 100 dagen heel intensief.
Elke dag ben je, denk je en leef je de marathon totdat het eindelijk zover is.
Maar wat als het voorbij is? Vind je dan nog de motivatie om door te gaan. Vaak hoor ik mensen zeggen dat het plezier in hardlopen een beetje verdwijnt.
Dat hoopte ik vooral niet, want ik loop niet hard om de marathon te lopen. Ik loop hard, omdat het zoveel voor mij doet!
Dus dat zwarte gat, ik zag er een beetje tegenop.

Na de marathon

Hoewel ik niet finishte was de teleurstelling niet groot.
Ik heb de meeste dingen juist aangepakt en weet precies waar het aan lag. Dat is één dingetje waar ik dan nog aan moet werken.
Het gevoel dat overheerste was vooral terugkijken naar wat ik in een jaar gedaan en bereikt heb! En dat vervulde me met een groot gevoel van tevredenheid.
Dat zwarte gat was dus niet te bekennen en daar was ik wel heel blij om.
Als ik terugkijk zie ik vooral dat ik in december mijn eerste grote loop liep, de Bruggenloop van 15 kilometer. Vervolgens in februari een halve marathon, krom van de spierpijn de dag daarna, maar ik had het gedaan.
Om op de dag van de marathon dan de 29,5 te lopen en met vol verstand te kunnen zeggen dat het dat voor die dag maar moest zijn. Met minder spierpijn dan na de halve marathon, dus progressie!
En nee, ik ben echt geen mrs. positivo die alles probeert positief om te buigen, maar dit is hoe het voelt. Die marathon kwam net iets te vroeg, ik had beter eerst nog wat grote lopen kunnen doen om te wennen aan de sfeer van zo’n run. Maar dat is achteraf.

En door!

Met die les in mijn achterhoofd ben ik daags na de marathon aan het plannen wat ik wil. Dat zwarte gat is er niet, ik heb gewoon zin om door te gaan met lopen.
Eerst ga ik mijn 10 kilometertijd verbeteren, want dat geeft wat meer rust om zeker te weten dat bepaalde afstanden binnen de tijdslimiet haalbaar zijn. Nu gaf dat nog veel onrust, haal ik het wel of niet? En dan loop je in het begin dus harder dan handig.


Mijn veertien weken training om die 10 te verbeteren staan alweer gepland, want ook dat ga ik volgens sportrusten doen. Die methode heeft me zoveel gebracht het afgelopen jaar dat ik zeker weet dat dat voor mij het juiste is om te doen. Zodra mijn 10 kilometer verbeterd is, ga ik weer door met het veertien kilometerschema en ondertussen pak ik de loopjes mee die me leuk lijken en waar ik echt de tijd voor heb.
Gewoon lekker ontspannen rennen.
Om dan tegen de tijd van de inschrijving eens te kijken of ik de marathon Rotterdam op 5 april 2020 ook weer ga doen. De 40ste editie, dat klinkt wel mooi!
Dus het gevreesde zwarte gat is gelukkig voor mij nergens te bekennen. En voor wie het zwarte gat wel herkent, hoop ik dat het plezier in lopen snel terug komt, want het brengt je zoveel!

Marathon Rotterdam komt dichtbij! (en ik had geen idee)

Marathon Rotterdam

Dé marathon Rotterdam komt er aan! Nog maar drie dagen en dan is het zo ver!
Nooit verwacht dat dat toch nog zo snel zou kunnen gaan, terwijl de reis eerst eindeloos leek te duren.
Die mengeling voel ik nog steeds, want al weken ben ik onrustig en wil ik van start gaan.
Nu kan ik bijna van start en slaan de zenuwen enigszins toe.

Zelf vergelijk ik het een beetje met de koeien die in het voorjaar naar buiten mogen. Ze voelen dat er iets staat te gebeuren, maar weten nog niet precies wat. De onrust neemt toe. En dan is het zover, de deuren gaan open en dansend gaan ze de wei in.
Dat is precies het gevoel wat ik zelf nu ervaar.

Ik had geen idee

Ik had echt geen idee dat het zo zou zijn. Vorig jaar leefde ik mee met anderen die de marathon gingen lopen. Ik vond hun enthousiasme leuk en de stress soms wat vermoeiend. Maar nu weet ik dat het zo gaat! Je gaat niet alleen een Rotterdamse marathon lopen, nee je lééft de Rotterdamse marathon in die laatste weken.
Werkelijk alles wat je doet, staat in het teken van die mooie run door de stad.
Bij alles wat ik eet, bedenk ik of dat handig is. Bij elke beweging die ik maak, maar ook bij de schoenen die ik draag (want stel je voor dat je je verzwikt). Overal denk je ineens bij na, bizar!
Een collega en collega loper die in de stress schiet, omdat op de kinderafdeling nogal wat heerst, stress! Elk kuchje, elk pijntje, elke oplopende hartslag, stress!!

Maar ook tijdens je ritjes door Rotterdam. Elk plekje van de route waar je langs komt, bedenk je dat je daar binnenkort loopt te rennen.
Dat hele pleuris eind!
Als je naar je werk rijdt, moet je even de 6KM streep fotograferen, want daar kom je langs. Waarom?? Het is maar een streep?!
Maar nee, het hoort bij de marathon en dus moet je erbij nadenken en het plaatsen op social media.
Soms herken ik mezelf even niet deze dagen….

Taperen

Taperen is het afbouwen van je trainingen, het letten op je rust en voeding.
Geen gekke dingen meer doen, maar toeleven naar die dag.
Gelukkig ben ik nog drie dagen vrij, hoewel je dan ook drie extra dagen hebt om meer stress te ontwikkelen.
Toch werkt het wel. Ik voel me sterk, mijn hartslag zakt en ik slaap beter.
Waarschijnlijk ben ik er dan gewoon klaar voor! Toch?
Die eeuwig durende twijfel zal er wel bij horen vermoed ik. Overtuigd van mijn kunnen en de tijd die ik ga lopen, zit ik vijf seconden later weer te stressen of ik het wel ga halen.
Doodvermoeiend dit!
Is het nog geen 7 april? Dan ben ik er bijna vanaf, dan weet ik echt hoe ik er voor sta.
Om daarna waarschijnlijk keihard in een zwart gat te knallen, want ja dan is je doel bereikt en dan?

Mooie reis er naar toe

De reis naar de Rotterdam marathon was fantastisch en ik heb er elke minuut van genoten.
Zo’n voorbereiding doet enorm veel met je als mens, zowel fysiek als mentaal.
De trainingen die steeds beter gingen, de mensen die op je pad komen.
Motiverende berichten op onverwachte momenten, het was het nu al allemaal waard.
Misschien is de reis ook wel mooier dan de run zelf, maar dat kan ik me bijna niet voorstellen. Nu al ben ik de mensen van Sportrusten zo enorm dankbaar. Voor hun methode, maar ook voor hun enthousiasme, voor de fotoshoot die ze voor ons deden en de motiverende berichtjes. Zonder hen was ik niet geweest waar ik nu ben! De geweldige foto’s zijn gemaakt door Janneke Poort Fotografie.

Het moet echt fantastisch zijn om door je eigen stad te rennen, op vele plekken die je kent met duizenden toeschouwers.
Ik heb er in ieder geval enorm veel zin in en sta te trappelen om los te mogen!

Pré marathon stress

Pré marathon stress

Zo noemen ze dat dus, pré marathon stress, die niet aflatende onrust in je lijf als je nog maar een week te gaan hebt tot het echte werk.
Een hartslag die steeds meer lijkt op te lopen en ineens lijkt het alsof er overal pijntjes ontstaan. Continu die angst dat je tóch een blessure hebt.
Om die vervolgens meteen de kop in te drukken, want daar heb je echt geen tijd voor. Er moet gelopen worden! In iets mindere mate dan voorheen waardoor je sporthorloge je ineens vertelt dat je in ondertraining zit.
Wat?! Help! Ondertraining?! Nee, dat kan niet. Ik moet opbouwen, 42 kilometer kunnen rennen!
Die pré marathon stress dus, ik wist niet dat er een term voor was.
Nu ik het weet, weet ik dat ik er last van heb.

Hoe bewaar je de rust?

Op dit moment heb ik werkelijk geen idee.
In mijn achterhoofd weet ik dat ik er alles aan gedaan heb om voorbereid aan de start te staan. Ik weet ook, daar ben ik echt wel van overtuigd, dat het me gaat lukken. Mocht dit niet zo zijn, weet dan dat ik me ergens een week zal verstoppen om eerst even uit te balen.

Om de pré marathon stress de baas te blijven, vond ik dit een mooi moment om te beginnen aan het 30 dagen ademen programma van Sportrusten. Gewoon even tot mezelf komen nu ik daar ook weer wat meer tijd voor heb. Die hartslag onder controle houden en de rust bewaren.

Vanmorgen begon ik er mee. Twee ademhalingsoefeningen moest ik uitproberen. Mijn hartslag ging meteen de lucht in….
He, dat was niet de bedoeling. Ik moest er rustiger van worden, toch?
Misschien was de focus op mijn ademhaling net even iets te veel. Zodra ik weer rustig mijn blogs zit te typen, daalt mijn hartslag naar normalere waarden.
Blijven oefenen dan maar, het zal best helpen de komende week.

Laatste voorbereidingen

De laatste voorbereidingen zijn ook in gang gezet. De toeschouwers die me komen aanmoedigen worden in kaart gebracht en op steeds meer plekken langs de route blijkt wel iemand te staan. Hoe fijn is dat!
Degene die me gaat bevoorraden als dat nodig mocht zijn komt langs om een strategie af te spreken. De route zit in mijn hoofd en de tijden die ik moet halen ook wel zo’n beetje.
De parcourslimieten die bij de digitale route genoteerd staan zorgen wel voor een beetje stress, maar als ik het iemand laat uitrekenen die géén dyscalculie heeft, blijkt dat gewoon heel goed haalbaar te zijn.
Dus hoezo pré marathon stress! Het is gewoon niet nodig. In december zat ik op een niveau dat het nog helemaal niet haalbaar was! En nu, nog geen 100 dagen later, gaat het gewoon lukken met een vrij ruime marge.

Vandaag nog een training, eigenlijk doe ik dat altijd in de ochtend op een nuchtere maag. Maar vandaag wordt het een warme dag en dat is het tijdens de marathon misschien ook wel. Dus als voorbereiding op hogere temperaturen ontbijt ik eerst op mijn gemak, hou de tijd tussen ontbijt en lopen op dezelfde als volgende week en dan ga ik heerlijk trainen.
Vervolgens dat vieze glaasje bietensap naar binnen gooien, want ja dat schijnt echt te moeten en dan ben ik er toch wel weer klaar voor!

Lopen met een hartslagmeter

Hartslagmeter

Al heel lang gebruik ik een hartslagmeter tijdens het lopen.
Maar niet effectief. Het ging mij er meer om dat ik wist hoe ver ik had gelopen en dat ik kon zien of ik sneller was geworden.
Het model dat ik had was dan ook gedateerd en deed niet alles wat ik nodig zou hebben voor mijn marathontraining.

Dus schafte ik in december als cadeautje aan mezelf een nieuwe hartslagmeter aan. De Polar Vantage M.
Daar heb ik heel lang over getwijfeld, want het oog wil in mijn geval ook wat. De twijfel lag tussen de Garmin of de Polar. De Garmin vond ik mooier, de Polar had meer mogelijkheden.
Dus uiteindelijk werd dat hem en met die keuze ben ik nog steeds heel tevreden.

Lopen op hartslag

Voor mijn sportrustenschema moet ik lopen op hartslag en dan wil je wel een horloge om hebben waarop je dat in één oogopslag kan zien.
Dat kan ik nu en dat zorgt ervoor dat ik mijn hartslag goed in de gaten heb, hoewel ik dat inmiddels ook erg goed aan kan voelen.

Het voordeel van mijn nieuwe horloge vind ik vooral dat hij na elke kilometer aangeeft hoe snel ik die ronde was. Daar heb ik heel veel aan, want anders vergeet ik te kijken en rekenen kan ik al helemaal niet.
Deze trilt na een kilometer en ik weet dan precies hoe ik er voor sta. Of ik snel genoeg loop op deze hartslag.
Het geeft rust en ontspanning, want het horloge waarschuwt wel dus je hoeft niet elke minuut te kijken.
En na je gelopen rondje geeft hij een volledige analyse van hoe het ging. Ik hou er van.

Toch een obsessie

Maar alle gegevens die zo’n hartslagmeter je geeft, geven je toch een lichtelijke obsessie mee.
Hij meet je slaap, hij meet elke activiteit die jij wil dat hij meet en hij meet continu je hartslag.
Het voordeel daarvan is dat je weet hoe je er qua fitheid voorstaat. Je ziet ook eerder aan je hartslag dat er een koutje aan zit te komen dan dat je dat aan je snotneus voelt.
En daar zit ook meteen het gevaar. Je focust, of eigenlijk moet ik zeggen dat ik focus op die hartslag. Als het kan dag en nacht. Is mijn rusthartslag oké, heb ik gedoseerd gelopen, heb ik rustig geslapen?

Continu check ik dat ding om te kijken hoe het met mij gaat.
Toegegeven, dat ding weet erg goed hoe het met mij gaat, maar langzamerhand vergeet je ook een beetje zelf te voelen hoe het gaat.
Soms doe ik hem even af, op het werk moet dat sowieso, maar thuis lukt het me ook. Als hij op de oplader moet…..
Ik probeer hem ’s nachts af te laten, maar dat vind ik moeilijk. Ik monitor graag dat ik slecht slaap. Volgens mijn horloge is het namelijk altijd minder slecht dan dat het voelt. En dat wil ik zien. Op een schermpje. En bewaard in een app.

Stimulans

Deze hartslagmeter is tevens een extra stimulans om toch dat rondje te gaan lopen, hoewel je eigenlijk geen zin hebt.
Anders komt er namelijk in beeld te staan dat je behoudend traint. Ik haat het om behoudend te zijn en als hij richting ondertraining neigt krijg ik al helemaal het heen en weer.
Dus kijk ik wat mijn horloge zegt en zodra hij niet meer op productief staat, zal ik er alles aan doen te zorgen dat hij daar weer komt. Dezelfde dag nog.
Maar dat is nu, als extra stimulans voor de marathon. En ik weet best dat je ook een dag behoudend mag zijn en een dag overtraind. Dat is alleen maar goed, herstel is immers ook belangrijk.
Maar bij mij staat hij op productief. Elke dag tot aan de marathon.
Daarna niet meer. Tenminste dat is het plan. Waarschijnlijk moet ik mijn horloge dan gewoon ergens ver weg verstoppen om weer even tot rust te komen.
Om af te kicken van mijn supertoffe, geavanceerde hartslagmeter.





De halve marathon, ik deed het gewoon!

Halve marathon

Een halve marathon hoeft niet als je het trainingsschema van sportrusten volgt. Het mág wel, als je dat zelf wil of voor je eigen mindset.
Dus besloot ik dat wel te gaan doen. Om te voelen hoe ver ik ben, of ik uberhaupt wel zo ver kan lopen. Of de focus er dan is of dat ik afgeleid wordt.
Het moest in het midden van mijn schema vond ik, dan kon ik de leermomenten nog een aantal weken oefenen, voordat die échte marathon op de stoep staat.
In eerste instantie vond ik het spannend toen ik me opgaf. Tot nu toe heb ik maximaal 12 kilometer gelopen en in december de Bruggenloop van 15, maar die telt al niet meer mee.
Gaandeweg ebde de spanning weg en ging ik het als oefenmoment zien.
Ik had me ook niet al te lang van te voren opgegeven, zodat de spanningsboog sowieso kort zou zijn.

Toen was het zover

Zaterdag was het zover. Het was stralend weer en gelukkig was de verkoudheid van mijn lief nog aan mij voorbij gegaan. De dagen voor de loop had ik goed op mijn eten gelet en geen gekke dingen gegeten. Ook wat meer gedronken dan normaal, zodat ik goed gehydrateerd was.
Want ook al doe ik aan sportrusten, ik lees alles rondom de marathon en wat op mij van toepassing is, neem ik mee. Je kunt tenslotte niet alleen op een schema rekenen. Dat er veel meer bij komt kijken, heb ik inmiddels wel geleerd.

Die ochtend at ik mijn normale ontbijt en twee uur voor de race nam ik een banaan. De vorige prestatieloop had ik gelopen na een lunch en dat was niet goed bevallen. Toen was het koud, vandaag uitzonderlijk warm. Ik was zo benieuwd hoe het zou gaan!
Mijn sportdrank dronk ik in de uren voor vertrek plus nog ettelijke glazen water extra. Ook dat had ik de vorige keer niet gedaan en dat voelde ik goed.

Hoewel het februari is koos ik voor de driekwart broek en een shirtje waarvan ik zeker wist dat het niet knelt of snijdt. Korte broeken doe ik nooit op lange afstanden, het gaat altijd ergens schuren.
Petje liet ik achterwege, kom op zeg, het is pas februari.
Dat was leermomentje één, bleek later.

De halve van Delfland

Het deelnemersveld van deze halve marathon van Delfland was niet zo groot en dat vond ik wel prima.
Ik startte lekker achteraan, daar zou ik uiteindelijk toch belanden dus het is zonde om energie te verspillen.
Zou ik dan toch een luie loper zijn?
De 10K en de 21K startten tegelijk, zodat ik niet wist wie wat ging lopen.
Op een gegeven moment splitste de groep en ja hoor, meteen liep ik achteraan met nog één man voor me die bereikbaar voor me was. De rest was al te ver weg.

Heel even heb ik me daar druk om gemaakt. Ik wilde tenslotte geen laatste loper worden.
Maar ineens was daar de rust, ik bedacht dat ik voor het eerst een halve marathon loop en dat elke tijd oké zal zijn.
Het doel was oefenen en genieten.

Nou dat kan zeker tijdens deze mooie halve marathon. Van Maasland tot Schipluiden en weer terug, ik heb genoten van de prachtige omgeving.
Ik liep lekker en relaxt, liet me niet opfokken en niet afleiden door de begeleider op de fiets achter me. Ik vond het wel prima dat ze er reed, ik deed gewoon mijn ding.
Versnellen deed ik niet, ik bleef gestaag mijn eigen tempo lopen. Iets harder dan de bedoeling op de hele marathon zal zijn. Gewoon om te zien of ik dat snellere tempo 21K vol kan houden.

En ja, dat kan ik dus. Ik haalde het binnen de 2.30 uur die als limiet stond. Ik had nog acht minuten over. Liever had ik nog sneller gelopen, maar het was te warm. Zeker de laatste kilometers in de brandende zon zonder pet hebben me daarin genekt.
Maar ik deed het wel! Als een blij ei kwam ik over de finish en de rest van de dag heb ik gestuiterd.
Vorige jaar om deze tijd had niemand, inclusief ikzelf, bedacht dat ik in februari een halve marathon ging lopen en het zou halen!
Doel 1 van dit jaar is bereikt, op naar de hele!

Leermomentjes

Feitelijk vielen de leermomentjes nog wel mee.
Die pet, dat was wel een dingetje, die had ik echt op moeten zetten, want ik kreeg zelfs hoofdpijn door de felle zon.
Wat ik meer geleerd heb is dat ik het kan, dat ik gestaag kan lopen in een constant tempo.
Ik blijk een diesel te zijn, traag starten en lekker doorstampen tot het eind.
Prima toch, als ik het op die manier haal ben ik blij.

Voor je mindset is dit een goede oefening, zo’n halve marathon. Je weet nu waar je op moet letten.
Maar ik weet ook dat ik 21 K in mijn eentje prima door kan lopen dus dan weet ik dat het in Rotterdam met veel afleiding en afwisseling, echt wel goed gaat komen. Een langzamer tempo kan ik tenslotte nog langer volhouden.
Het drinken is gelukt en de gelletjes eten op de juiste momenten ging ook prima. Geen buikpijn en geen moeite met de hitte.

’s Avonds kwam er een enorme verkoudheid opzetten. Die had ik dus blijkbaar toch opgepikt en die was vast al aan het wroeten in mijn systeem. Desondanks kon ik toch gewoon een halve marathon lopen!
Euforisch was ik en ben ik eigenlijk nog steeds.
Want als ik één ding heb geleerd, is dat zo’n halve marathon wel een enorme boost voor je zelfvertrouwen is en dat je er ontzettend blij van kan worden!